Nieuwsbrief Lid worden

Geplaatst op 24 maart 2026

Pensioenverdeling na echtscheiding: wat betekent de conclusie van de PG?

Bij een scheiding tussen 27 november 1981 en 1 mei 1995 regelt het Boon/Van Loon-arrest de pensioenverdeling. Tenzij de ex-partners bij scheiding hebben afgesproken het pensioen niet of anders te verdelen, of wanneer geen sprake was van een gemeenschap van goederen. In de serie Pensioen en Echtscheiding is de basis van pensioenverdeling volgens Boon/Van Loon uiteengezet. In de tweede blog van deze serie is vervolgens de praktische uitwerking van de pensioenverdeling behandeld.

Omdat het pensioen tot de gemeenschap behoort, mengt de pensioenuitvoerder zich bij deze verdeling niet in de uitbetaling. Het is aan de ex-partners om onderling afspraken te maken over de uitvoering van de verdeling en de feitelijke afdracht van het pensioen aan de ex-partner. Dit betekent dat het opstellen van een verdelingsakte en de praktische afwikkeling volledig tussen de partijen zelf moet plaatsvinden.

 

Sinds de invoering van de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (Wet VPS) op 1 mei 1995 is dit anders geregeld. Wanneer de scheiding tijdig wordt gemeld aan de pensioenuitvoerder, kan deze de verdeling van het ouderdomspensioen automatisch uitvoeren. Hierdoor wordt de afwikkeling eenvoudiger en is geen afzonderlijke overeenkomst tussen de ex-partners nodig om de verdeling te realiseren.

Eerder is al de opvallende uitspraak van het Hof Den Haag besproken over de belastingheffing bij pensioenverdeling na scheiding. Daarbij stond centraal dat twee situaties die voor veel mensen hetzelfde voelen, namelijk het delen van een pensioen na echtscheiding, toch fiscaal verschillend worden belast. Het Hof vond dit maar moeilijk te rechtvaardigen.

Lees ook

De fiscale behandeling van de pensioenverdeling uitgelegd; bruto en netto uitbetalingen plus de fiscale verschillen.

Scheiding volgens Boon/Van Loon – de fiscale behandeling

Inmiddels heeft de procureur-generaal (PG) de Hoge Raad geadviseerd over deze kwestie. In zijn conclusie schetst hij een ander juridisch perspectief dan het Hof, maar maakt tegelijkertijd duidelijk waarom dit onderwerp in de praktijk tot discussie blijft leiden.

Twee situaties: één gevoel van ongelijkheid

Na een echtscheiding kan het opgebouwde ouderdomspensioen op twee verschillende manieren worden verdeeld:

De eerste situatie geldt bij scheidingen onder het Boon/Van Loon-arrest of wanneer bij een scheiding na 1 mei 1995 geen tijdige melding is gedaan aan de pensioenuitvoerder. De ene ex-partner ontvangt het volledige ouderdomspensioen en betaalt een deel daarvan aan de andere ex-partner. De verdeling vindt hier volledig tussen de ex-partners plaats. De pensioenuitvoerder is hier niet bij betrokken.

In de tweede situatie, die geldt bij tijdige melding onder de Wet VPS, wordt het pensioen bij de pensioenuitvoerder ‘opgeknipt’. Iedere ex-partner krijgt dan rechtstreeks zijn eigen deel van het ouderdomspensioen uitbetaald. Er zijn dan geen onderlinge betalingen tussen de ex-partners.

Voor de betrokken partijen voelt dit vaak hetzelfde: het ouderdomspensioen is immers eerlijk verdeeld. Toch zit er een belangrijk verschil in de belastingheffing.

In de eerste situatie, de doorbetaling, ontvangt de pensioengerechtigde het volledige pensioen netto uitgekeerd. Tegelijkertijd moet hij of zij het afgesproken deel aan de ex-partner bruto betalen. Dat betekent dat het bedrag dat daadwerkelijk bij de ex-partner terechtkomt hoger is dan het netto pensioen dat de pensioengerechtigde zelf ontvangt. Vroeger kon de pensioengerechtigde dit betaalde bedrag fiscaal aftrekken van de eigen inkomstenbelasting, waardoor het verschil werd gecompenseerd. Tegenwoordig is deze fiscale aftrek echter beperkt, waardoor de pensioengerechtigde belasting betaalt over geld dat hij of zij zelf niet houdt.

In de tweede situatie, de rechtstreekse verdeling, speelt dit probleem niet. Dan wordt iedere ex-partner alleen belast voor het deel dat hij of zij daadwerkelijk ontvangt vanuit de pensioenuitvoerder. Beide partners ontvangen van de uitvoerder dus een netto pensioen.

Het Hof vond dit verschil maar moeilijk te rechtvaardigen. Immers gaat het in beide gevallen om dezelfde verdeling van het ouderdomspensioen na echtscheiding.

De PG: juridisch gezien géén gelijke gevallen

De PG kijkt echter anders naar deze vergelijking. Volgens zijn visie draait het minder om de praktische gevolgen voor de ex-partners en meer om de manier waarop de belastingwetgeving technisch is ingericht. Volgens de PG zijn de situaties juridisch niet gelijk, omdat de belastingheffing anders is vormgegeven. In de situatie van doorbetaling speelt een aftrekpost een rol, in de situatie van rechtstreekse verdeling niet. Dat verschil is volgens de PG bepalend.

Omdat de PG tot de conclusie komt dat er géén sprake is van gelijke gevallen, behoeft een verschil in behandeling dan ook niet te worden gerechtvaardigd. Immers speelt het discriminatieverbod, waar het in deze zaak om draait, alleen bij gelijke gevallen.

Toch een conclusie die schuurt in de praktijk

Echter, opvallend is wél dat zelfs de PG moet erkennen dat de uitkomst wringt. Er wordt in de conclusie opgemerkt dat er belasting wordt geheven over inkomen waar iemand feitelijk niet over kan beschikken. Dat raakt het fundamentele uitgangspunt van ons belastingstelsel: belasting moet immers aansluiten bij wat iemand daadwerkelijk te besteden heeft. In deze situaties lijkt dat evenwicht zoek.

Met andere woorden: juridisch klopt het misschien wel, maar in de praktijk schuurt het.

De conclusie van de PG maakt duidelijk dat de kern van het probleem niet alleen zit in pensioenverdeling, maar in een bredere ontwikkeling in de belastingwetgeving. De afgelopen jaren is het belastingvoordeel van bepaalde aftrekposten beperkt. Dat geldt ook voor verplichtingen zoals betalingen aan een ex-partner. Daardoor ontstaat een scheve verhouding: inkomsten worden zwaarder belast dan dat de bijbehorende verplichtingen aftrekbaar zijn.

Voor mensen die een deel van het ontvangen ouderdomspensioen moeten doorbetalen, kan dat een merkbaar financieel nadeel opleveren.

Wat betekent dit voor u?

Hoewel de Hoge Raad nog een definitieve uitspraak moet doen, geeft de conclusie van de PG een duidelijk signaal: let bij een scheiding niet alleen op de verdeling van het pensioen, maar ook op de fiscale gevolgen. Die kunnen flink verschillen, afhankelijk van de gekozen verdelingsvorm. Dit geldt ook voor situaties waarin de verdeling te laat bij de pensioenuitvoerder wordt gemeld. Tijdig informeren blijft dus cruciaal!

Wilt u weten wat dit in uw situatie betekent of staat u voor keuzes rondom pensioenverdeling? Neem gerust contact met ons op. Wij helpen u graag om inzicht te krijgen in de juridische én fiscale gevolgen, zodat u weloverwogen beslissingen kunt nemen.

 

Contact

Neem contact met ons op

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
*
*
*
*