Geplaatst op 25 juni 2026
Geen kruislingse begunstiging bij een overlijdensrisicoverzekering: verzekeraar en/of tussenpersoon aansprakelijk?
Rechtbank Midden-Nederland heeft zich uitgelaten over deze vraag. Eiser stelde dat de verzekeraar en/of de tussenpersoon de zorgplicht hadden geschonden. Ze hadden niet geadviseerd om bij het afsluiten van een overlijdensrisicoverzekering een kruislingse begunstiging overeen te komen. Wat was er precies aan de hand?
Casus
Eiser was getrouwd met A. In 2021 hebben zij zich tot de Rabobank (tussenpersoon) gewend voor het sluiten van overlijdensrisicoverzekeringen ter afdekking van de hypothecaire verplichtingen. Deze verzekeringen zijn afgesloten bij Interpolis op hun eigen leven. In 2024 zijn eiser en A gescheiden. A heeft toen contact opgenomen met Rabobank. Zij heeft toen aangegeven dat de overlijdensrisicoverzekering op haar naam moest doorlopen. In 2025 overlijdt A. Eiser vindt dat hij recht heeft op de uitkering uit de overlijdensrisicoverzekering.
Eiser heeft zijn vorderingen zowel in de dagvaarding als in de vermeerdering van eis als in de pleitnota onvoldoende onderbouwd. Pas op de zitting is duidelijk geworden wat de grondslag voor de vorderingen is. Eiser erkent dat de kinderen van A de begunstigden zijn. Echter, dat had hij moeten zijn. Dit is te wijten aan Interpolis en/of Rabobank. Hierdoor lijdt eiser schade. Die moet aan hem vergoed worden. Of hij moet alsnog de uitkering uit de overlijdensrisicoverzekering krijgen. Of hij moet een uitkering op grond van zijn eigen overlijdensrisicoverzekering krijgen.
Eiser heeft hiervoor een aantal argumenten. De verzekering was voor hem bedoeld. Hij heeft ook jarenlang de premies voldaan. De begunstigingsvoorwaarden in de verzekering zijn onduidelijk. Als dat het geval is, moeten deze ten gunste van hem uitgelegd worden.
Dan is het aan de Rechtbank.
Oordeel rechtbank inzake Interpolis
Interpolis is geen adviseur/tussenpersoon. De keuze voor de overlijdensrisicoverzekering is gemaakt op basis van een advies van Rabobank. Interpolis had dus geen zorgplicht en/of adviesplicht. Ook hoeft Interpolis niet uit te keren. De premiebetaling is hiervoor niet relevant. Daarbij werd de premie betaald van de en/of rekening van eiser en A en niet van een eigen rekening van eiser. En het betalen van premie maakt nog niet dat er aanspraak op de verzekering ontstaat. De begunstigingsvoorwaarden waren ook duidelijk. Verzekeringnemer is overleden. Er was geen echtgenoot meer. De uitkering komt dus toe aan de kinderen. En er is geen reden om hiervan af te wijken.
Ook zijn eigen overlijdensrisicoverzekering kan niet tot een uitkering leiden. Het verzekerde voorval (overlijden van eiser) heeft zich immers niet voorgedaan.
Lees ook
Veel verzekeringen worden via een assurantietussenpersoon afgesloten. Wanneer is er sprake van schending van de zorgplicht die op een assurantietussenpersoon rust?
Schending zorgplicht door assurantietussenpersoon: twee recente voorbeeldenOordeel rechtbank inzake Rabobank
Dan beoordeelt de rechtbank de positie van Rabobank. Op Rabobank rust wel een zorgplicht. Er is sprake van een overeenkomst van opdracht (artikel 7:400 en 401 BW). Rabobank moet dan de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen. De toets hiervoor is die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot. Hierbij moet de adviseur waakzaam zijn op gevolgen van bekende feiten of redelijkerwijs bekend kunnen zijn. Als de adviseur over onvoldoende gegevens beschikt, moet hij hier naar informeren.
Eiser vindt dat Rabobank deze zorgplicht heeft geschonden. In 95% van de overlijdensrisicoverzekeringen wordt kruislingse begunstiging geadviseerd. Rabobank stelt dat dit niet nodig was. Eiser en A waren in gemeenschap van goederen getrouwd. De uitkering valt dan in de gemeenschap en komt automatisch toe aan de langstlevende. Rabobank heeft wel gewezen op de mogelijkheid van kruislingse begunstiging. Ook hadden eiser en A voor zij trouwden wél gekozen voor een dergelijke begunstiging. Zij kenden dus zelf ook de mogelijkheid. Eiser stelt dat Rabobank ook had moeten wijzen op de gevolgen van een scheiding. Een adviseur heeft echter niet te adviseren over mogelijke toekomstige gevolgen. Temeer nu Rabobank een voorbehoud hierover had opgenomen in haar advies. Ook heeft Rabobank aangegeven dat bij wijzigingen in de gezinssituatie contact opgenomen moet worden. Door de scheiding is het belang van eiser vervallen. Hij is in de woning blijven wonen. Hij was in staat aan de hypothecaire verplichtingen te voldoen. Ook bij het overlijden van A. Er was dus geen noodzaak voor dekking. Tot slot blijkt juist uit het handelen van A dat zij na scheiding de verzekering zo in stand wilde laten. De rechtbank concludeert dan ook dat Rabobank haar zorgplicht niet heeft geschonden.
Conclusie
De rechtbank komt niet tot een schending van de zorgplicht. Niet door de verzekeraar en niet door de adviseur. Ten tijde van het sluiten van de verzekering is gekozen voor een passende constructie. De adviseur hoeft niet te anticiperen op mogelijke toekomstige gebeurtenissen. Zijn deze mogelijke gebeurtenissen voor u wel van belang? Dan moet u hier expliciet naar vragen in het adviestraject. Weigert uw verzekeraar u een uitkering? Bent u van mening verkeerd geadviseerd te zijn? Gommer Advocaten kijkt graag met u mee.