Nieuwsbrief Lid worden

Geplaatst op 28 april 2026

Vrijstelling: wanneer hoeft u niet deel te nemen?

In het eerste artikel in de serie ‘Verplichtstelling & Pensioen’ is de werkingssfeer van een verplicht gesteld pensioenfonds besproken. De hoofdregel is duidelijk: valt een onderneming onder de werkingssfeer van een verplichtstellingsbesluit, dan moet zij zich aansluiten bij het betreffende bedrijfstakpensioenfonds (Bpf).

Verplicht, maar ook weer uitzonderingen

Zoals vaak in het recht, kent ook deze hoofdregel enkele uitzonderingen. Zelfs als een onderneming onder de werkingssfeer valt, kan zij onder bepaalde voorwaarden vrijstelling krijgen. Dit betekent dat deelname aan het Bpf alsnog niet verplicht is.

Deze vrijstellingen zijn geregeld in het Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000 en zijn limitatief opgesomd. In totaal zijn er zes vrijstellingsgronden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen verplichte en vrijwillige vrijstellingen. Bij een verplichte vrijstellingsgrond is het betreffende Bpf gehouden om vrijstelling te verlenen indien de onderneming aan de wettelijke vereisten voldoet. Bij een vrijwillige vrijstelling bepaalt het betreffende Bpf zelf of vrijstelling wordt verleend. Het pensioenfonds beschikt in dat geval over een zogenoemde ‘discretionaire bevoegdheid’.

 

De zes vrijstellingsgronden

Hieronder worden de zes vrijstellingsgronden beknopt besproken. Daarbij geldt dat de gronden 1 tot en met 5 leiden tot een verplichte vrijstelling, terwijl grond 6 een vrijwillige vrijstelling betreft.

  1. Bestaande pensioenregeling

Heeft een onderneming al vóór de verplichtstelling een eigen pensioenregeling? Dan moet het pensioenfonds in principe vrijstelling verlenen.

Daarbij geldt als voorwaarde dat sprake is van een verzekerde regeling die minimaal zes maanden vóór de ingang van de verplichtstelling of een wijziging daarvan is aangegaan. Ook geldt de termijn van zes maanden vóór het moment dat de verplichtstelling op de activiteiten van de onderneming van toepassing is geworden. Daarnaast moet de pensioenregeling inhoudelijk passend zijn. In de praktijk wordt dit beoordeeld aan de hand van de mate van gelijkwaardigheid. De eigen pensioenregeling moet leiden tot een pensioenresultaat dat minimaal 95% bedraagt van de pensioenregeling van het Bpf.

Onder het oude pensioenstelsel konden deze vergelijkingen complex zijn. Na de overgang naar de Wet toekomst pensioenen (Wtp) zal deze beoordeling naar verwachting eenvoudiger worden.

  1. Groepsvrijstelling

Maakt de onderneming deel uit van een groep (bijvoorbeeld een concern) waarin al een pensioenregeling geldt? Dan kan vrijstelling worden verleend. Hierbij moet wel sprake zijn van een groep, zoals omschreven in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek.

Voorwaarde is wel dat:

  • er een bestaande pensioenregeling is binnen de groep, én
  • deze regeling gelijkwaardig is aan die van het pensioenfonds, én
  • de pensioenregeling tot stand is gekomen in het arbeidsvoorwaardenoverleg met vakorganisaties, én
  • er sprake is van voldoende betrokken deelnemers, met een minimum van 100 deelnemers die niet deelnemen aan het betreffende Bpf.
  1. CAO-vrijstelling

Als in een cao afwijkende afspraken zijn gemaakt over pensioen, kan vrijstelling worden verkregen.

Hiervoor is vereist:

  • instemming van de vakbonden, én
  • een duidelijk vastgelegde alternatieve regeling.
  1. Netto-pensioenregeling

In sommige gevallen kiezen werkgevers voor een netto-pensioenregeling (bijvoorbeeld voor de hogere inkomens). Dit hangt samen met de invoering van een maximum pensioengevend salaris in 2015, waardoor over het inkomen boven deze grens geen fiscaal gefaciliteerde pensioenopbouw meer mogelijk is en daarvoor netto pensioenopbouw in de plaats is gekomen.

Vrijstelling is dan mogelijk als:

  • de vakbonden instemmen, én
  • de regeling als gelijkwaardig wordt beschouwd.
  1. Beleggingsperformancevrijstelling

Dit is een minder vaak voorkomende, maar wel een interessante vrijstellingsgrond. Vrijstelling kan worden verleend indien het betreffende Bpf, over een periode van vijf kalenderjaren, onvoldoende beleggingsrendement behaalt op basis van de vastgestelde normportefeuille en de daaruit volgende performancetoets (de zogenoemde Z-score).

Het gaat dus niet om een vergelijking met de eigen pensioenregeling van de werkgever, maar om de vraag of het pensioenfonds zelf onder de norm presteert. Alleen wanneer de uitkomst van deze toets negatief is, kan vrijstelling op deze grond aan de orde zijn. In het verleden komt het daadwerkelijk voor dat een Bpf niet voldeed aan de vereiste Z-score, waardoor deze vrijstellingsgrond in de praktijk ook daadwerkelijk relevant is gebleken. Het blijft daarom voor werkgevers een interessante vrijstellingsgrond om periodiek te monitoren.

Ook hier geldt overigens dat de onderneming een eigen pensioenregeling moet hebben. Anders dan bij de gelijkwaardigheidstoets wordt hier echter niet beoordeeld of de regeling vergelijkbaar is, maar of deze gelijk is aan die van het betreffende Bpf. Deze toets is strikter dan de gelijkwaardigheidstoets. Zo kan een beperkte afwijking, zoals een uitsluitingsclausule bij bijvoorbeeld oorlog, al reden zijn om geen gelijkheid aan te nemen.

  1. Overige gronden

Tot slot bestaat er een restcategorie. In deze gevallen is het pensioenfonds niet verplicht om vrijstelling te verlenen. Het betreffende Bpf beschikt hierbij over een discretionaire bevoegdheid, wat betekent dat het Bpf zelf kan bepalen of en onder welke voorwaarden vrijstelling wordt verleend.

Als minimale voorwaarde geldt doorgaans dat sprake is van een (minimaal) gelijkwaardige pensioenregeling. Omdat het hier gaat om een restgrond, ligt de lat in de praktijk vaak hoog en wordt terughoudend omgegaan met het verlenen van vrijstelling.

Deze grond wordt in de praktijk met name gebruikt voor zogenoemde afwikkel- of afloopvrijstellingen, bijvoorbeeld om een overgangssituatie te overbruggen richting het einde van een eigen pensioenregeling of om een soepele overgang naar het Bpf mogelijk te maken.

Lees ook

De consequenties bij een niet tijdige aansluiting wanneer u wél onder de verplichtstelling valt.

Werkingssfeer: wanneer valt u onder een verplicht pensioenfonds?

Gelijkwaardigheid: de kern van de beoordeling

Zoals hiervoor is weergegeven, draait het bij een eventuele vrijstelling veelal om één begrip: gelijkwaardigheid.

Daarbij kijkt het betreffende Bpf niet alleen naar de hoogte van de pensioenopbouw en de premieverdeling tussen werkgever en werknemer, maar in de kern gaat het om een cijfermatige (actuariële en financiële) gelijkwaardigheidstoets, ook wel de kwantitatieve toets genoemd. Onder omstandigheden kan daarbij ook getoetst op bepaalde kenmerken (de kwalitatieve toets), indien het pensioenfonds daarmee instemt. Andere kenmerken, zoals nabestaanden- of partnerpensioen en uitvoeringsaspecten, kunnen in de vergelijking worden betrokken.

Doordat een Bpf een vrij brede beoordeling hanteert bij een vrijstellingsaanvraag, is dit in de praktijk zelden een formaliteit. Het vereist een inhoudelijke én actuarieel onderbouwde vergelijking tussen de bestaande pensioenregeling en de pensioenregeling van het Bpf.

 

Conclusie en vooruitblik

Vrijstelling van een Bpf is dus mogelijk, maar zeker niet vanzelfsprekend. De wet kent zes duidelijke vrijstellingsgronden, waarvan vijf leiden tot een verplichte vrijstelling en één grond afhankelijk is van de beoordeling door het betreffende Bpf.

Een goede voorbereiding en een sterke inhoudelijke onderbouwing zijn daarbij essentieel. De advocaten van Gommer Advocaten beoordelen graag of u in aanmerking komt voor een vrijstelling en kunnen u uiteraard begeleiden bij het indienen van een vrijstellingsverzoek.

Maar wat als een pensioenfonds zich pas jaren later meldt, vrijstelling niet tot de mogelijkheden behoort en alsnog premie wordt geëist? In de volgende blog in de serie ‘Verplichtstelling & Pensioen’ gaan we in op premieheffing, verjaring en de vraag hoe ver een pensioenclaim kan teruggaan.

 

Contact

Neem contact met ons op

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
*
*
*
*