Nieuwsbrief Lid worden

Geplaatst op 05 juni 2026

Pensioen(richt)leeftijd of AOW-leeftijd: wat is de pensioendatum?

De verhoging van de AOW-leeftijd heeft een juridisch vraagstuk op scherp gezet. Werkgevers, werknemers en pensioenuitvoerders gaan er vaak vanuit dat er één duidelijke pensioendatum bestaat. Dit is een misvatting. Sinds de AOW-leeftijd en de pensioen(richt)leeftijd in pensioenregelingen steeds verder uit elkaar zijn gaan lopen, ontstaan regelmatig geschillen over de vraag wanneer een arbeidsovereenkomst eindigt.

De rechtspraak laat zien dat een ogenschijnlijk eenvoudige term als ‘pensioengerechtigde leeftijd’ of ‘pensioendatum’ voor uiteenlopende interpretaties vatbaar is. Dat kan grote financiële gevolgen hebben voor zowel werkgevers als werknemers. Een zorgvuldige (her)beoordeling van de gemaakte pensioenafspraken is daarom essentieel. De formulering over de pensioendatum in de arbeidsovereenkomst kan derhalve ongewenste gevolgen hebben.

Één pensioendatum is niet langer vanzelfsprekend

Waar pensioen en AOW voorheen veelal op 65-jarige leeftijd ingingen, is dat beeld sinds 2013 veranderd. Door opeenvolgende wetswijzigingen is, en wordt, de AOW-leeftijd stapsgewijs verhoogd. Daarnaast hanteren pensioenregelingen tegenwoordig vaak een eigen pensioen(richt)leeftijd, veelal van 68 jaar. Ook komt het in de praktijk voor dat deelnemers pensioenaanspraken hebben die onder eerdere pensioenleeftijden zijn opgebouwd, bijvoorbeeld 67 jaar.

Daardoor kunnen binnen één arbeidsrelatie verschillende pensioenleeftijden naast elkaar bestaan. De verschillen worden verder vergroot doordat pensioenregelingen regelmatig worden aangepast aan fiscale ontwikkelingen, zonder dat daarbij automatisch wordt aangesloten bij de AOW-leeftijd van de individuele werknemer.

Binnen één collectieve pensioenregeling kan daardoor een opvallende situatie ontstaan. Werknemers die deelnemen aan hetzelfde pensioenreglement kunnen verschillende AOW-leeftijden hebben, afhankelijk van hun geboortedatum. Tegelijkertijd geldt voor al deze werknemers dezelfde pensioen(richt)leeftijd in de pensioenregeling, bijvoorbeeld 68 jaar.

Het gevolg is dat de AOW-ingangsdatum en de pensioenleeftijd uit de pensioenregeling niet altijd samenvallen. Juist dit verschil leidt regelmatig tot discussies over de vraag wanneer een arbeidsovereenkomst eindigt en welke leeftijd in een pensioenontslagbeding bepalend is.

Het pensioenontslagbeding onder de loep

Op grond van artikel 7:669 lid 4 BW is het voor werkgevers mogelijk om een arbeidsovereenkomst eenmaal op te zeggen wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Daarbij geldt als hoofdregel de AOW-leeftijd, tenzij partijen schriftelijk een andere leeftijd zijn overeengekomen. Juist die uitzondering leidt in de praktijk tot veel discussie.

Want wanneer is er sprake van een andere overeengekomen pensioenleeftijd?

Het antwoord op die vraag blijkt sterk afhankelijk van de exacte formulering en de omstandigheden van het geval. Zo oordeelde het Gerechtshof Den Haag dat een verzonden memo geen andere pensioenleeftijd in de zin van artikel 7:669 lid 4 BW oplevert. De mededeling over het verhogen van de pensioenrichtleeftijd zag volgens het hof vooral op een fiscale rekenleeftijd en niet op de contractuele einddatum van de arbeidsovereenkomst.

In de noot bij dit arrest wordt kritisch opgemerkt dat de uitleg van het hof te beperkt is. Er had meer gewicht moeten worden toegekend aan de context, het feit dat de memo aan alle medewerkers in Nederland was verzonden en het daarmee gewekte vertrouwen bij werknemers. De annotator gaat zelfs zo ver dat, indien de Haviltex-norm in plaats van de CAO-norm was toegepast, dit mogelijk had kunnen leiden tot de conclusie dat wél sprake was van een (eenzijdige) afspraak over een latere pensioenontslagleeftijd.

In een recente uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland stond het volgende pensioenontslagbeding ter discussie:

“De Overeenkomst eindigt zonder (schriftelijke) kennisgeving van rechtswege op de eerste dag van de maand na de datum waarop Werknemer de 65-jarige leeftijd heeft bereikt, tenzij ingevolge de pensioenregeling van Werknemer een andere datum geldt.”

De “tenzij-clausule” verwees naar een pensioenreglement van Zwitserleven waarin de pensioenrichtdatum in 2022 was verhoogd van 65 naar 68 jaar. Deze clausule wordt door de rechtbank slechts beperkt uitgelegd. De rechtbank sluit zich dus aan bij het oordeel dat de wijziging van de pensioenrichtleeftijd niet beoogd is om de contractuele einddatum van de arbeidsovereenkomst te wijzigen, maar uitsluitend dient als fiscale rekenleeftijd. De arbeidsovereenkomst eindigde derhalve op de AOW-leeftijd. Enkel wanneer partijen expliciet een andere contractuele pensioendatum zijn overeengekomen, kan van de AOW-leeftijd als uitgangspunt worden afgeweken.

De rechtspraak sluit dus aan bij de AOW-leeftijd

In meerdere uitspraken hebben rechters geoordeeld dat onder de term ‘pensioengerechtigde leeftijd’ de AOW-leeftijd moet worden verstaan. Daarbij speelt mee dat de AOW-leeftijd objectief vaststaat en niet afhankelijk is van keuzes van de werknemer of werkgever. Het Gerechtshof Den Bosch oordeelde bijvoorbeeld dat een verwijzing naar de pensioengerechtigde leeftijd in beginsel aansluiting zoekt bij de AOW-leeftijd. Ook de Rechtbank Den Haag kwam in 2021 tot dit oordeel bij de uitleg van een pensioenontslagbeding in een arbeidsvoorwaardenregeling.

Volgens deze lijn in de rechtspraak biedt de AOW-leeftijd de meeste rechtszekerheid. Dat is namelijk de leeftijd waarop het wettelijk recht op ouderdomspensioen bestaat.

Toch kan de pensioenregeling beslissend zijn

Niet iedere rechter volgt de hoofdregel. Een opvallende uitzondering is een arrest van het Gerechtshof Amsterdam uit 2019. In die zaak werd geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst niet eindigde bij het bereiken van de AOW-leeftijd, maar bij de pensioenleeftijd uit het pensioenreglement.

Het gerechtshof hechtte hier veel waarde aan de communicatie van de werkgever en de verwachtingen die daardoor bij de werknemer waren gewekt. Ook speelde mee dat de werkgever bewust niet had gekozen voor een expliciete verwijzing naar de AOW-leeftijd in de arbeidsovereenkomst. Volgens het gerechtshof mocht de werknemer erop vertrouwen dat de verhoogde pensioenleeftijd van 68 jaar ook gold voor het einde van haar dienstverband. Deze uitspraak onderstreept maar eens dat de omstandigheden van het geval tot een andere uitkomst leiden.

Doorwerken na de AOW-leeftijd: een nieuwe arbeidsovereenkomst?

Een andere veelvoorkomende vraag is wat er gebeurt wanneer een werknemer na de AOW-leeftijd blijft doorwerken. Ontstaat dan automatisch een nieuwe arbeidsovereenkomst?

De Rechtbank Amsterdam oordeelde hierover al in 2016. Wanneer partijen na het bereiken van de AOW-leeftijd zonder onderbreking doorgaan met de bestaande arbeidsrelatie, betekent dit niet automatisch dat er van rechtswege een nieuwe arbeidsovereenkomst ontstaat.

De oorspronkelijke arbeidsovereenkomst kan stilzwijgend worden voortgezet. Daardoor blijft de bijzondere ontslagmogelijkheid wegens pensionering door de werkgever in stand. Deze uitleg sluit aan bij de bedoeling van de wetgever om doorwerken na de AOW-leeftijd eenvoudiger te maken.

Duidelijkheid over de pensioenleeftijd voorkomt juridische problemen

De rechtspraak laat zien dat er geen eenduidig antwoord bestaat op de vraag wat onder de pensioenleeftijd moet worden verstaan. Soms is de AOW-leeftijd bepalend, terwijl in andere gevallen de pensioenregeling of specifieke communicatie van de werkgever doorslaggevend is.

Juist daarom is een zorgvuldige formulering van arbeidsovereenkomsten en pensioenregelingen van groot belang. Onduidelijke afspraken kunnen leiden tot ongewenste procedures en onzekerheid voor zowel werkgevers als werknemers. De verschillen tussen de AOW-leeftijd, de pensioenrichtleeftijd en de pensioenleeftijd uit de pensioenregeling zorgen nog altijd voor juridische discussies.

Een juiste beoordeling of herbeoordeling van de gemaakte afspraken, gecombineerd met duidelijke communicatie, kan veel discussie voorkomen. Heeft u vragen over een pensioenontslagbeding, de uitleg van een pensioenregeling of de beëindiging van een arbeidsovereenkomst rond de pensioendatum? Of wilt u afspraken vastleggen over het doorwerken na het bereiken van de AOW-leeftijd? De advocaten van Gommer Advocaten adviseren u graag.

Contact

Neem contact met ons op

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
*
*
*
*