Nieuwsbrief Lid worden

Geplaatst op 31 juli 2026

Rijst en maaltijd bezorgen; voer voor discussie over het toepasselijke pensioenfonds

In onze blogserie over Pensioen & Verplichtstelling hebben we stilgestaan bij de verschillende aandachtspunten over dat onderwerp. Zo bespraken we de verplichtstellingsproblematiek, de mogelijkheden die de wet biedt voor vrijstellingen, de aansluiting met terugwerkende kracht en bestuurdersaansprakelijkheid.

In de recente rechtspraak zijn twee uitspraken gewezen over de uitleg van een verplichtstelling. Hierbij stond ter discussie of het pensioenfonds van toepassing was. Daarbij haalden de betreffende ondernemingen diverse argumenten aan om aan te tonen dat dit niet het geval was.

In de ene procedure stond de vraag centraal of een onderneming die rijst bewerkt én verhandelt onder de werkingssfeer van Stichting Molenaarspensioenfonds valt. De andere kwestie speelt over de vraag of maaltijdbezorgers onder Pensioenfonds Detailhandel vallen. Daarbij werd ook de vraag gesteld of de verplichtstelling wel voldoet aan de wettelijke regels. En werd ingegaan op de stelling dat de onderneming failliet gaat als de rechtbank tot oordeel komt dat de onderneming moet aansluiten. Beide ondernemingen delven in deze uitspraken het onderspit.

 

Stichting Molenaarspensioenfonds

De eerste kwestie speelde bij Gerechtshof Den Haag. Een werknemer betoogt dat zijn voormalig werkgever onder de werkingssfeer van Stichting Molenaarspensioenfonds valt. De werkgever houdt zich bezig met rijstbewerking. De kantonrechter heeft anders geoordeeld. Hierbij heeft de kantonrechter zich o.a. gebaseerd op verslagen van bedrijfsactiviteit bezoeken van het pensioenfonds. De werknemer is in hoger beroep gegaan. Het Gerechtshof heeft de werknemer de gelegenheid geboden het pensioenfonds op te roepen om zich te voegen danwel tussen te komen. Dat is gebeurd. Het pensioenfonds steunt het standpunt van de werknemer. De verslagen waren gebaseerd op de door werkgever aangedragen informatie. De werknemer heeft werknemersverklaringen overlegd. Uit die verklaringen blijkt wel degelijk dat de werkgever onder de werkingssfeer viel. Daarnaast vallen ook de werknemers die werkzaamheden verrichten die dienstbaar zijn aan de rijstbewerking onder de verplichtstelling. Dit geldt voor bijv. administratie, inkoop, controle etc. Deze werkzaamheden zijn dienstbaar aan het productieproces.

Verplichtstelling

De verplichtstelling is van toepassing op de onderneming in de graanbe- en verwerkende industrie. Hierbij is het hoofdzakelijkheidscriterium gericht op het aantal betrokken werknemers. De discussie spitst zich toe op de vraag wat onder “betrokken” valt. Dit moet uitgelegd worden aan de hand van de cao-norm. Dit is kort gezegd een uitleg naar objectieve maatstaven (tekstueel derhalve). Er is alleen de tekst van de verplichtstelling. Er waren op het laatst 6 werknemers. Eén bediende de millingmachine. Er was één administratieve werknemer. De andere vier hielden zich bezig met inpakken en vervoer van de rijst.

Standpunt werkgever

De werkgever stelt twee zaken. Gezien de werknemers gaat het hoofdzakelijkheidscriterium niet op. Verder is de onderneming feitelijk een groothandel. Slechts 30% van de rijst wordt bewerkt. De overige 70% niet.

Oordeel Gerechtshof

Volgens het Gerechtshof is dit niet relevant. In de verplichtstelling staat “betrokken”. Dit gaat verder dan alleen het bewerken. Ook dienstbare werkzaamheden vallen dus onder de verplichtstelling. Daarbij is dat in ieder geval voor 30% van de rijst. Dat is dus niet verwaarloosbaar. Er is dus sprake van een aansluitingsverplichting. Verder gaat het er nog over welke van de betrokken rechtspersonen het dan aangaat. Dat is echter voor het onderwerp, pensioen en verplichtstelling minder relevant. Wel leidt het ertoe dat de werknemer niet voor de gehele periode van de gevorderde periode pensioen toegewezen krijgt.

Conclusie

Deze uitspraak laat zien dat een werknemer ook een werkgever kan aanspreken over de verplichtstelling. Het Gerechtshof betrok het pensioenfonds wel in de procedure en het pensioenfonds ging achter de werknemer staan. De verplichtstelling wordt uitgelegd aan de hand van de cao-norm. De werknemer (en het pensioenfonds) wordt in het gelijk gesteld. De werkgever zal alsnog moeten aansluiten en pensioenpremies afdragen.

Pensioenfonds Detailhandel

De andere kwestie speelde bij Rechtbank Midden-Nederland over de verplichtstelling van Pensioenfonds Detailhandel. Een drietal ondernemingen procederen tegen het pensioenfonds. Zij zijn maaltijdbezorgers voor verschillende franchisegevers. De vraag is of maaltijdbezorgers producten kopen en verkopen aan particulieren. Hierbij moeten de producten kwalificeren als waren. In eerdere rechtspraak is geoordeeld dat onder waren ook bewerkte of bereide etenswaren vallen.

De ondernemingen vinden echter dat zij niet onder de verplichtstelling vallen. Ook stellen ze dat het verplichtstellingsbesluit niet aan de eisen van de wet voldoet. De verplichtstelling is zo omschreven dat het voor een werkgever niet redelijk, duidelijk en kenbaar is of de verplichtstelling van toepassing is. De verplichtstelling is niet voldoende afgebakend. Hierdoor biedt het geen rechtszekerheid en duidelijkheid. Zij vorderen hiertoe dan ook de nodige verklaringen voor recht. Het pensioenfonds vordert in reconventie juist een verklaring voor recht dat de ondernemingen wél onder de verplichtstelling vallen.

Oordeel rechtbank

De rechtbank volgt de ondernemingen niet en dus het pensioenfonds. De verplichtstelling is gebaseerd op de wet en voldoet daarmee al aan het legaliteitsbeginsel. Ook is de verplichtstelling voldoende duidelijk. In het Domino-arrest is al op vergelijkbare wijze geoordeeld. Dat de ondernemingen de waren bereiden of bewerken is niet van belang. De mate of wijze hiervan is ook niet van belang. Het maakt ook niet uit dat de Belastingdienst of de Kamer van Koophandel dergelijke activiteiten onder Horeca scharen. De rechtbank volgt in feite dus volledig de lijn van het Domino-arrest. De verklaringen voor recht van de ondernemingen worden afgewezen. De verklaring voor recht dat de ondernemingen onder de werkingssfeer vallen, wordt toegewezen.

De ondernemingen hebben nog verzocht om het vonnis niet uitvoerbaar te verklaren. Hiervoor is o.a. aangedragen dat ze failliet gaan als ze achterstallige pensioenpremies moeten afdragen. Dat is volgens de rechtbank inherent aan de keuze om geen pensioenregeling te treffen voor de werknemers. Het vonnis wordt dus uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Conclusie

Ondanks de verschillende argumenten van de ondernemingen vallen de werkzaamheden onder de verplichtstelling. De verplichtstelling is duidelijk genoeg geformuleerd. Een eventueel faillissement is ook geen valide argument voor de aansluiting met terugwerkende kracht. Het advies blijft dus ook, check bij oprichting, maar ook periodiek of sprake is van een mogelijke verplichtstelling. Dat kan veel ellende voorkomen. Gommer Advocaten kijkt op zulke momenten graag met u mee. Ook als een pensioenfonds zich meldt, kijken we graag met u mee.

Contact

Neem contact met ons op

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
*
*
*
*