Geplaatst op 26 mei 2026
Bestuurdersaansprakelijkheid: wanneer is de ondernemer aansprakelijk?
In het vorige deel van de serie ‘pensioen & verplichtstelling’ hebben wij uiteengezet hoe ver een pensioenclaim kan reiken. In de serie hebben wij steeds gesproken over de verplichtingen van de onderneming, in veel gevallen een rechtspersoon, jegens een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds (Bpf). Maar blijft de bestuurder daarbij altijd buiten schot?
In dit deel van de serie gaan wij in op de bestuurdersaansprakelijkheid. Want onder bepaalde omstandigheden kan in het geval van onbetaalde pensioenpremies sprake zijn van de zogenoemde ‘doorbraak van aansprakelijkheid’.
Van bedrijfsschuld naar privéschuld
In de praktijk zien wij dat veel bestuurders ervan uitgaan dat pensioenverplichtingen jegens een Bpf uitsluitend een aangelegenheid zijn van de onderneming. Toch kan het, onder bepaalde omstandigheden, anders lopen. In bepaalde situaties kan een bestuurder persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor niet-betaalde pensioenpremies. En zoals in het vorige deel van deze serie al is besproken, kunnen die premies, over meerdere jaren bezien, aanzienlijk oplopen.
Bestuurdersaansprakelijkheid ontstaat met name wanneer sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur of een kennelijk onbehoorlijke taakvervulling. Dat betekent dat een bestuurder ernstig tekort is geschoten in zijn taken. Pensioenfondsen kijken daarbij kritisch naar de manier waarop verplichtingen zijn nagekomen en op welke wijze er door een bestuurder is gehandeld zodra de betalingsproblemen ontstonden.
Het melden van betalingsonmacht
Een cruciaal element bij betalingsproblemen is de melding van betalingsonmacht. Als een onderneming niet in staat is om premies te betalen, moet dit tijdig en schriftelijk worden gemeld bij het pensioenfonds. Die termijn is bovendien zeer kort: binnen twee weken nadat de premie verschuldigd is. Het maakt daarbij niet uit of de onderneming de achterstallige premies in zijn geheel of gedeeltelijk niet kan voldoen.
Deze verplichting volgt uit artikel 23 Wet Bpf 2000. Daarin is bepaald dat het bestuur van een rechtspersoon verplicht is om onverwijld melding te doen van betalingsonmacht zodra duidelijk is dat de pensioenpremie (tijdelijk) niet kan worden voldaan.
De melding moet bovendien inhoudelijk voldoende zijn. Zij moet duidelijk maken dát niet kan worden betaald én inzicht geven in de oorzaken daarvan. Het pensioenfonds moet op basis van die informatie kunnen beoordelen wat er speelt en welke stappen het wil nemen.
Het belang van een melding
Een tijdige én rechtsgeldige melding van betalingsonmacht is van groot belang, omdat daarmee wordt voorkomen dat automatisch het wettelijk vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur ontstaat. Dat betekent echter niet dat een bestuurder daarmee per definitie buiten schot blijft. Ook bij een correcte melding kan nog sprake zijn van bestuurdersaansprakelijkheid, bijvoorbeeld wanneer het Bpf aannemelijk maakt dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur dat een belangrijke oorzaak is van het onbetaald blijven van de premies. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer een bestuurder bewust heeft voorkomen dat de onderneming bij het betreffende Bpf in beeld kwam.
Wordt daarentegen géén melding gedaan, of gebeurt dit niet tijdig of niet op de juiste wijze, dan ontstaat wél een vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur. De bewijslast wordt dan omgekeerd: het is vervolgens aan de bestuurder om aannemelijk te maken dat hem persoonlijk geen ernstig verwijt treft. In de praktijk blijkt dat vaak een lastige opgave, waardoor persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders een reëel risico vormt.
Daarbij is van belang dat niet voor iedere afzonderlijke premiefactuur opnieuw een melding van betalingsonmacht hoeft te worden gedaan, zolang sprake blijft van een voortdurende situatie van betalingsonmacht. Wel moet het Bpf tijdig op de hoogte worden gebracht zodra de betalingsproblemen ontstaan.
Wanneer is melden niet nodig?
In een arrest van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad een belangrijke nuancering aangebracht. De hoofdregel blijft dat een melding van betalingsonmacht verplicht is. Maar die verplichting kan vervallen als het Bpf al tijdig op andere wijze volledig op de hoogte is geraakt van:
- de betalingsonmacht, én
- de omstandigheden die daartoe hebben geleid.
Daarbij geldt een strenge maatstaf. Het Bpf moet zodanig geïnformeerd zijn dat het zich een redelijk oordeel kan vormen over de oorzaken van de betalingsproblemen en zijn positie kan bepalen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een onderneming reeds relevante financiële informatie aan het Bpf heeft verstrekt in het kader van overleg of correspondentie over de ontstane betalingsachterstanden.
Is daarvan sprake, dan kan een formele melding van de betalingsonmacht achterwege blijven. Dit betreft echter een uitzondering op de hoofdregel. In de meeste gevallen blijft een expliciete melding noodzakelijk en heeft deze in de praktijk de voorkeur.
Het verdient nog wel de aandacht dat het enkele verzoek om een betalingsregeling op zichzelf niet geldt als een rechtsgeldige melding van betalingsonmacht. Een betalingsregeling maakt immers nog niet zonder meer duidelijk dat de onderneming daadwerkelijk niet tot betaling in staat is. Daarom voldoet een dergelijk verzoek niet aan de eisen die de Hoge Raad aan een melding van betalingsonmacht stelt.
Lees ook
Wat als een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds (Bpf) met terugwerkende kracht een nota oplegt? Wat zijn dan de opties voor uw onderneming?
Premieheffing: hoe ver reikt een pensioenclaim?Voorkom aansprakelijkheid door actief te handelen
Bestuurders doen er verstandig aan om tijdig en periodiek een werkingssfeeronderzoek uit te (laten) voeren. Indien sprake is van (of zelfs maar een vermoeden bestaat van) een verplichtstelling, zijn tijdige betaling van de pensioenpremies óf snelle actie bij problemen essentieel. Zodra er betalingsproblemen ontstaan, is het belangrijk om richting het pensioenfonds tijdig en volledig te communiceren en in beginsel een melding van betalingsonmacht te doen.
Wilt u weten hoe groot uw risico is als bestuurder? Of spelen er al betalingsproblemen? De advocaten van Gommer Advocaten helpen u om uw positie te beschermen en waar mogelijk aansprakelijkheid te beperken.
In het volgende en tevens laatste deel van de serie ‘pensioen & verplichtstelling’ kijken wij naar het moment waarop alles samenkomt: fusies en overnames. Juist daar blijken pensioenrisico’s vaak onderbelicht, met alle gevolgen van dien.