Nieuwsbrief Lid worden

Geplaatst op 19 mei 2026

Kunststofproducent tóch onder verplichtstelling Pensioenfonds Vlakglas

De Rechtbank Midden-Nederland heeft eind 2025 een interessante uitspraak gedaan over de uitleg van de werkingssfeerbepaling in het verplichtstellingsbesluit van het bedrijfstakpensioenfonds (Bpf) Vlakglas.

In deze zaak tussen Bpf Vlakglas en een kunststofproducent stond de vraag centraal of een onderneming die uitsluitend kunststofproducten vervaardigt onder de werkingssfeer van het verplicht gestelde Bpf Vlakglas valt.

 

De achtergrond: van hout naar kunststof

De discussie vindt haar oorsprong in de uitbreiding van de werkingssfeer van Pensioenfonds Vlakglas per 1 april 2022. Vanaf dat moment werden ook de sectoren Houtverwerkende Industrie en Jachtbouw ondergebracht bij Bpf Vlakglas, nadat het voormalige Bpf Hout ophield te bestaan.

De betrokken onderneming produceert al sinds de jaren tachtig enkel kunststofproducten voor onder meer de verlichtings-, zonnepanelen- en medische industrie. Zij stelde zich op het standpunt dat zij nooit onderdeel is geweest van de houtverwerkende industrie en dus ook niet onder de verplichtstelling kan vallen.

Bpf Vlakglas dacht daar anders over. Volgens het Bpf Vlakglas valt iedere onderneming die artikelen van kunststof vervaardigt rechtstreeks onder de tekst van het verplichtstellingsbesluit van Bpf Vlakglas. Dat leidde tot de vraag: hoe moet de tekst van het verplichtstellingsbesluit objectief worden uitgelegd?

De cao-norm blijft leidend

De kantonrechter grijpt terug naar het vaste uitgangspunt dat werkingssfeerbepalingen volgens de zogenoemde cao-norm moeten worden uitgelegd. Niet de subjectieve bedoeling van sociale partners staat centraal, maar de objectieve betekenis van de tekst van het verplichtstellingsbesluit.

Dat lijkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk wordt juist vaak geprobeerd om via historische context, sectorbedoelingen of uitvoeringspraktijk invloed uit te oefenen op de uitleg van een verplichtstelling. Ook in deze zaak gebeurde dat.

De onderneming voerde aan dat de tekst “artikelen van hout of kunststof dan wel hetgeen ter vervanging van deze grondstof dient” zo gelezen moest worden dat kunststof alleen werd bedoeld als vervanging van hout. Met andere woorden: alleen bedrijven die oorspronkelijk houtproducten maakten en later overstapten op kunststof zouden onder de verplichtstelling vallen.

De rechtbank volgt die redenering niet. Volgens de kantonrechter bevat de bepaling drie zelfstandige categorieën:

  • artikelen van hout;
  • artikelen van kunststof;
  • materialen die als vervanging van die grondstoffen dienen.

Daarmee kiest de rechtbank voor een grammaticale en objectieve uitleg van de werkingssfeerbepaling.

 

Nooit eerder aangesloten

Interessant is nog dat de onderneming erop wees dat zij vóór 2022 nooit bij Bpf Hout was aangesloten, terwijl de werkingssfeertekst destijds identiek was. Dat argument bleek ook geen hout te snijden.

De rechtbank benadrukt dat als een Bpf jarenlang niet heeft gehandhaafd, dit niet betekent dat een onderneming alsnog buiten de werkingssfeer kan vallen.

Dat oordeel sluit aan bij eerdere rechtspraak, maar blijft voor de praktijk bijzonder relevant. Veel ondernemingen ontlenen immers vertrouwen aan het feit dat zij jarenlang “niet in beeld” waren bij een Bpf. Deze uitspraak onderstreept opnieuw dat dit argument geen doel treft.

Ook vrijwillige aansluiting elders helpt niet

Een ander opvallend onderdeel van de uitspraak betreft de vrijwillige aansluiting van de onderneming bij Bpf PGB per juni 2025.

De onderneming hoopte daarmee aansluiting te vinden bij een Bpf dat beter past bij de rubber- en kunststofsector. Toch oordeelt de rechtbank dat vrijwillige aansluiting bij een ander Bpf géén uitzondering op een bestaande verplichtstelling creëert.

Dat klinkt in eerste instantie logisch: een verplichtstelling heeft immers een dwingendrechtelijk karakter. In de praktijk leidt dit echter regelmatig tot verwarring. Werkgevers menen soms dat aansluiting bij een ander Bpf de verplichtstelling buiten toepassing kan laten, omdat de pensioenregeling voor hun werknemers daarmee al zou zijn ondergebracht. Deze uitspraak bevestigt echter nogmaals dat daarvan geen sprake is.

Opvallend: sociale partners wilden dit eigenlijk niet

Misschien wel het meest interessante onderdeel van de uitspraak is dat het Bpf Vlakglas erkende dat sociale partners eigenlijk niet de bedoeling hadden om pure kunststofproducenten onder de verplichtstelling te brengen.

Zelfs gesprekken over mogelijke aanpassing van de werkingssfeer waren al gevoerd.

Toch passeerde de kantonrechter dit argument vrij eenvoudig. Subjectieve bedoelingen van sociale partners zijn alleen relevant voor zover die uit de tekst van de verplichtstelling zelf blijken. En dat was hier niet het geval.

Daarmee laat de uitspraak opnieuw zien hoe groot het belang is van een zorgvuldig geformuleerde werkingssfeer. Zodra de tekst eenmaal gepubliceerd is, wordt de objectieve uitleg leidend. Ook als die later breder blijkt uit te pakken dan oorspronkelijk werd beoogd.

Waarom deze uitspraak relevant is voor de praktijk

Deze uitspraak laat zien hoe verstrekkend werkingssfeerbepalingen kunnen uitpakken, met name in sectoren waarin materialen, productiemethoden en bedrijfsactiviteiten voortdurend veranderen. Daarnaast kunnen werkingssferen in dergelijke sectoren elkaar overlappen, waardoor voor ondernemingen niet altijd duidelijk is bij welk Bpf zij moeten aansluiten.

 

Lees ook

Hoe u weet of uw bedrijf onder een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds valt en het belang om dit tijdig te onderzoeken.

Werkingssfeer: wanneer valt u onder een verplicht pensioenfonds?

Résumé

Deze uitspraak bevestigt nogmaals dat bij de uitleg van werkingssfeerbepalingen de objectieve tekst centraal staat. Voor ondernemingen kan dat grote gevolgen hebben. Ook zonder eerdere handhaving en ondanks een (vrijwillige) aansluiting elders kan verplichte deelneming alsnog aan de orde zijn. Daarmee vormt deze uitspraak opnieuw een duidelijke waarschuwing voor werkgevers om hun positie ten opzichte van een Bpf kritisch te blijven beoordelen. Een periodiek werkingssfeeronderzoek is daarom aan te raden.

 

 

Contact

Neem contact met ons op

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
*
*
*
*