Geplaatst op 02 april 2026
Verzekeringsrecht: een weekoverzicht uit de rechtspraak
Welke uitspraken zijn er afgelopen week (22 – 29 maart) gepubliceerd op www.rechtspraak.nl in het verzekeringsrecht? In dit artikel ga ik op de meest opvallende uitspraken.
Financieel belang bij een rechtsbijstandsverzekering
In de uitspraak van Rechtbank Amsterdam stond de vraag centraal of voor een beroep op een rechtsbijstandsverzekering alleen de retourkosten of de aanschafkosten én retourkosten meetelden voor het financieel belang. Verzekerde had een radiator gekocht voor € 229,- die niet voldeed. De radiator kon retour, maar alleen in de originele verpakking werd het aankoopbedrag teruggestort. Verzekerde had de originele verpakking niet meer. Retour via een koeriersdienst kost € 70,-. DAS biedt alleen rechtsbijstand bij een financieel belang van minimaal € 175,-. DAS stelt dat het financieel belang de retourkosten betreffen. Verzekerde stelt de radiator én de retourkosten. Het een blijft onder de grens van dekking, het ander komt erboven. De rechtbank volgt verzekerde. De verkoper garandeert niet zonder meer de terugbetaling. Daarom komt het financieel belang boven de grens uit. De Rechtbank verklaart dus voor recht dat DAS is tekortgeschoten in de nakoming. Dit doordat een onterecht beroep op het financieel belang werd gedaan. De gevorderde schadepost van bestede tijd en gemaakte kosten, wordt afgewezen. DAS wordt ook veroordeeld in de proceskosten.
Hoef je na een verhuizing naar het buitenland geen zorgpremies meer te betalen?
In een uitspraak van Rechtbank Limburg stond o.a. de volgende vraag centraal. Verzekerde verhuisde op 27 februari 2023 naar Zweden. Op 27 maart 2023 liet verzekerde zich uitschrijven uit de Basisregistratie Personen. Verzekerde heeft op 2 mei 2023 de ziektekostenverzekering beëindigd. De premie april was echter nog niet betaald. Dit hoefde volgens verzekerde ook niet, gezien de verhuizing naar Zweden. Dit is echter geen geldige reden. De premiebetaling vloeit voort uit de zorgverzekeringsovereenkomst. Deze is pas per 2 mei opgezegd. Vanaf dat moment is geen premie meer verschuldigd.
Aangeboren rugafwijking: niet melden is schending mededelingsplicht
Rechtbank Den Haag boog zich in 2023, maar nu pas gepubliceerd, over de volgende vraag. Dit is een uitspraak van de rechtbank in de procedure waarover ik vorige week schreef. Het gaat hierover de vraag of het niet melden van een aangeboren rugafwijking een schending van de mededelingsplicht is? In het vragenformulier voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering zijn de vagen over aandoeningen, ziekte of klachten inzake de rug ontkennend beantwoord. Er heeft een algemene medische keuring plaatsgevonden. Vragen over de rug zijn daar weer ontkennend beantwoord. Verzekerde meldt zich arbeidsongeschikt. Uit medisch onderzoek door Nationale-Nederland komt de aangeboden rugafwijking naar voren. Nationale-Nederlanden stelt zich op het standpunt dat zij bewust door verzekerde is misleid. Nationale-Nederlanden keert dus niet uit en zegt de verzekering op. Ook neemt Nationale-Nederlanden verzekerde op in de Gebeurtenissenadministratie, het Intern en Extern Verwijzingsregister en Incidentenregister.
Verzekerde is het hier niet mee eens. Verzekerde wil alsnog uitkeringen ontvangen. Ook wil verzekerde dat de registraties ongedaan worden gemaakt.
Artikel 7:928 BW
De rechtbank gaat de vereisten van artikel 7:928 BW af. Dit zijn de vereisten voor schending van de mededelingsplicht. Aan het kennisvereiste wordt voldaan. Verzekerde is op de hoogte van zijn rugafwijking. Dit blijkt uit diverse doktersbezoeken van vóór het afsluiten van de verzekering. Ook aan het kenbaarheidsvereiste wordt voldaan. Verzekerde had moeten begrijpen dat zijn rugafwijking en klachten die hij daardoor heeft ervaren, relevant voor Nationale-Nederlanden zijn. Ook aan het relevantievereiste wordt voldaan. Nationale-Nederlanden heeft duidelijk gemaakt dat zij een beperkende voorwaarden zou hebben opgenomen. Verzekerde beroept zich dan op het verschoonbaarheidsvereiste. De rugafwijking is bij het algemene medisch onderzoek niet geconstateerd. Ook deze vlieger gaat niet op. Overeind blijven de ontkennend beantwoorde vragen, zowel in de gezondheidsverklaring als bij de medische keuring. Ook aan het opzetvereiste wordt voldaan. Verzekerde wist van zijn rugafwijking. Hij had dit ook bij een eerdere aanvraag voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering wél gemeld. Dit leidde tot beperkingen in de gevraagde verzekering. Hierna wendde verzekerde zich tot Nationale-Nederlanden en verzweeg de rugafwijking. Nationale-Nederlanden heeft ook tijdig gehandeld. Nationale-Nederlanden mocht de uitkering dus onthouden, de verzekering stoppen en de registraties doen. De Hoge Raad heeft, na een afwijkend oordeel van het Gerechtshof, de rechtbank gevolgd.
Alle schade door één ongeluk of toch niet?
Ook bij Rechtbank Oost-Brabant ging het om het niet uitkeren van een verzekering en opnamen in de registers. In deze kwestie echter vanwege een onjuiste voorstelling van zaken bij de schademelding. De auto van verzekerde is allrisk verzekerd bij Univé. Verzekerde doet een schademelding. Hij heeft een ongeluk gehad met een andere auto. Daarbij is de voorkant van de verzekerde auto beschadigd. Meermaals verklaart verzekerde dat de auto voor het ongeluk aan de voorkant schadevrij was. Alle schade is dus veroorzaakt door het ongeluk. Uit diverse onderzoeken blijkt vervolgens dat dit niet het geval is. Daarmee toont Univé aan dat verzekerde een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven. Ook toont Univé voldoende aan dat dit bewust is gebeurd. Verzekerde weerlegt dit onvoldoende. De schademelding wordt dus terecht afgewezen. Ook de opname in de registers is terecht.
Levensverzekering loopt door, ondanks niet betaalde premies
Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao heeft zich uitgelaten over de volgende vraag. Is een overlijdensrisicoverzekering geëindigd, omdat de premies niet (tijdig) zijn betaald? Wat was er aan de hand? De premies voor de verzekering moesten twee keer per jaar betaald worden. De verzekeringsmaatschappij stuurde in het begin een halfjaarlijkse herinnering. Daar stopt ze mee. In augustus 2023 neemt verzekerde contact op met verzekeraar. Verzekerde kreeg te horen dat de verzekering is beëindigd omdat de premie van juni 2022 niet was betaald. Verzekerde start de procedure, maar komt te overlijden. Zijn echtgenote, begunstigde voor de overlijdensrisicoverzekering, procedeert verder. Zij vordert alsnog uitbetaling. Op grond van artikel 7:980 BW kan het uitblijven van betaling pas gevolg hebben als begunstigde – pandhouder en/of beslaglegger zijn geïnformeerd over de achterstand. Ook moet alsnog een betalingstermijn van minstens één maand worden verleend. Dit gebeurt niet. Het uitblijven van de premie heeft dus niet tot beëindiging van de verzekering mogen leiden.
Kan verzekeraar uitbetaalde schade terugvorderen?
Die vraag heeft Rechtbank Limburg beantwoord. Een bij Allianz verzekerde auto krijgt een ongeluk. De auto stond op naam van de B.V. van verzekerde. Verzekerde heeft de verzekering afgesloten. Allianz keert de geleden schade uit. Ook informeert Allianz dat de tegenpartij schadeloos is gesteld. Het dossier wordt gesloten. Een paar maanden later bericht Allianz dat verzekerde niet verzekerd is voor de geleden schade. De auto staat immers niet op zijn naam. Allianz vordert de uitbetaalde schade terug. Verzekerde doet een beroep op rechtsverwerking. De Rechtbank overweegt dat Allianz had kunnen weten dat de auto op naam van de B.V. stond. Dit is opgegeven op het aanrijdingsformulier. Hierbij is het dus niet van belang of verzekerde bij het aangaan van de verzekering dit heeft gemeld. Ook is niet van belang of de verzekering geen dekking verleent voor auto’s op naam van een B.V. Door pas drie maanden na de uitbetaling een en ander na te gaan, heeft Allianz haar recht op terugbetaling verwerkt. Allianz heeft medegedeeld dat het dossier wordt gesloten. Daarmee heeft ze het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat zij niet meer op de uitbetaling terug zal komen. Door haar handelen heeft Allianz verzekerde ook de mogelijkheid ontnomen van lagere kosten. Daarmee wordt verzekerde onredelijk benadeeld, als Allianz alsnog het bedrag terugvordert. Het beroep op rechtsverwerking slaagt dus.
Conclusie
Deze weergave van een aantal uitspraken uit het weekoverzicht 22 – 29 maart 2026 van www.rechtspraak.nl, laat de diversiteit in het verzekeringsrecht zien. Zowel bij het aangaan van de verzekering, bij het voordoen van verzekerde gebeurtenis, het opzeggen van een verzekering als het betalen van verzekeringspremies, zijn er regels waar verzekerden én verzekeraars zich aan moeten houden. Dit gaat regelmatig mis. Loopt u ook tegen een verzekeringsrechtelijke discussie aan? Gommer Advocaten kijkt graag met u mee.