Nieuwsbrief Lid worden

Geplaatst op 01 september 2026

Twijfelt u aan de correctheid van uw pensioenopbouw? Handel op tijd!

Pensioen is voor de meeste werknemers iets voor later. Dat kunnen we ons goed voorstellen. Toch is het wel relevant om een periodieke check uit te voeren. Niet alleen of de hoogte van het te bereiken pensioen past bij het gewenste financiële plaatje. Juist ook of de huidige pensioenopbouw wel correct verloopt. Een recente uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant laat zien dat het van groot belang is om tijdig te handelen. Wat was er aan de hand?

Feiten en omstandigheden

Werknemer treedt in 2013 in dienst bij werkgever en gaat deelnemen aan de pensioenregeling. Er is sprake van een basisuurloon en een offshore vergoeding. In het pensioenreglement is opgenomen dat pensioen wordt opgebouwd over het vier wekelijkse periodeloon en vakantietoeslag. Tot 2016 ontvangt de werknemer Uniforme Pensioenoverzichten van de pensioenverzekeraar. Door een administratieve fout stopt dit daarna. In 2024 eindigt het dienstverband in verband met 104 weken arbeidsongeschiktheid. In 2023 meldt de werknemer bij de werkgever dat de pensioenopbouw niet correct is. De opbouw heeft alleen over het basisuurloon plaatsgevonden en niet over de offshore vergoeding. Werkgever legt de pensioentoezegging anders uit. Pensioenopbouw vindt alleen plaats over het basisuurloon. Uit de loonstrook blijkt steeds een gelijke pensioenpremie. Dat kan niet als de offshore vergoeding meegenomen zou worden. Ook blijkt het pensioengevend salaris uit het Uniforme Pensioenoverzicht (UPO). Ook hebben partijen een vergelijkbare discussie gevoerd over de vakantietoeslag. De werknemer heeft toen de pensioenopbouw niet ter discussie gesteld. In aanvulling daarop stelt de werkgever dat werknemer te laat klaagt. Mocht de pensioenopbouw over een hoger salaris gaan, dan had de werknemer ook een hogere bijdrage moeten betalen. Die premie vordert de werkgever in reconventie. De klachtplicht is het meest verstrekkende verweer. Om die reden beoordeelt de rechtbank dat verweer als eerst.

Klachtplicht

De klachtplicht is opgenomen in artikel 6:89 BW. De klachtplicht houdt in dat als u ontdekt (of had moeten ontdekken) dat een afspraak of product niet is wat is afgesproken, u dit op tijd moet melden. Meldt u het niet op tijd, dan kunt u rechten op correcte nakoming verliezen.

Oordeel rechtbank

Allereest stelt de rechtbank vast dat de klachtplicht ook op arbeidsovereenkomsten van toepassing is. Bij de beoordeling van de klachtplicht moeten alle omstandigheden van het geval meegenomen worden. De werknemer heeft in 2023 geklaagd. De pensioenopbouw vond vanaf 2013 plaats. Tot en met 2016 heeft werknemer UPO’s ontvangen. Ook was in de arbeidsvoorwaardenregeling opgenomen dat jaarlijks een overzicht verstrekt wordt. De werknemer wist (of had kunnen weten) dat hij jaarlijks een UPO moest ontvangen. Het had dus op de weg van de werknemer gelegen om hierop te anticiperen. De werknemer kan dus niet stellen dat hij door ontbrekende UPO’s geen wetenschap had. Daarbij bleek uit de UPO’s van de eerste jaren welk salaris gehanteerd werd. Ook bleek uit de loonstroken de hoogte van de pensioenpremie. De werknemer wist of had dus kunnen weten hoe het pensioen berekend werd. Het niet controleren of navragen hiervan komt voor rekening en risico van de werknemer. Werkgever is door het lange wachten in haar belangen geschaad. De rechtbank concludeert dan ook dat de klachtplicht geschonden is. De rechtbank komt dus niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de pensioentoezegging.

Conclusie

De uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant laat zien dat pensioen niet iets voor later is. Juist om het later goed te hebben, is een periodieke check aangewezen. Klopt er iets niet, dan is tijdig handelen vereist. Gommer Advocaten voert graag een dergelijke check voor u uit.

 

Contact

Neem contact met ons op

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
*
*
*
*