Geplaatst op 18 december 2025
Slapende spaarbankboekjes: wat kunt u nog opeisen én wanneer is het te laat?
Het spaarbankboekje, voor velen inmiddels nostalgie, was ooit hét bewijs van een spaartegoed. Elke storting, opname of rentebijschrijving werd handmatig met een pen (later via typemachine) en stempel in het boekje bijgeschreven. En voor wie rente wilde ontvangen, bracht jaarlijks het boekje naar de bank zodat deze letterlijk kon worden bijgeschreven. Het spaarbankboekje was derhalve niet alleen een financieel overzicht, maar een document van waarde. Wie het boekje aan de bank kon tonen, kon namelijk geld opnemen.
Verjaring geldt ook bij het spaarbankboekje
Maar wat als zo’n boekje decennialang in een la of op zolder heeft gelegen? Is het tegoed nog opeisbaar?
Een recent voorbeeld illustreert hoe verstrekkend verjaring kan zijn. Erfgenamen van een kinderloze man vonden bij het opruimen van zijn huis een oud spaarbankboekje met een saldo van omgerekend € 1.725,-. De laatste bijschrijving dateerde uit 1984. Toen de nabestaanden in 2024, 40 jaar na de laatste mutatie, bij de bank om uitbetaling vroegen, wees de bank dit af. De reden: de vordering is verjaard.
De lijn in de rechtspraak
De nabestaanden stapten hierop naar het klachteninstituut Kifid [Bron: Uitspraak geschillencommissie Kifid, d.d. 24 november 2025, nr. 2025-0935]. Zij deden eveneens een beroep op de morele verplichting van de bank om het banktegoed aan hen uit te keren. Het Kifid wees de vordering van de nabestaanden af.
Volgens artikel 3:307 lid 2 BW verjaart een vordering na twintig jaar (dertig jaar onder het oude BW) nadat het tegoed voor het eerst opeisbaar was. De verjaringstermijn begint om die reden te lopen vanaf de laatste mutatie in het spaarbankboekje. De uitspraak van Kifid is hiermee in lijn met eerdere rechterlijke uitspraken, zoals die van de rechtbank Midden-Nederland in 2020.
Daarnaast is een coulance juridisch niet afdwingbaar. De bank hoeft om deze redenen het banktegoed niet aan de nabestaanden uit te keren. De vordering is verjaard.
Digitaal loket slapende tegoeden
Toch zijn er, ook na het verstrijken van de verjaringstermijn, mogelijkheden. Banken die zijn aangesloten bij het digitaal loket voor slapende tegoeden verklaren soms bereid te zijn om, coulancehalve, tóch uit te betalen als uit hun eigen administratie blijkt dat er nog een banktegoed aanwezig is. Dit biedt geen juridisch afdwingbaar recht, maar kan wél een mogelijkheid zijn.
Conclusie
Vindt u een oud spaarbankboekje, wacht dan niet. De verjaringstermijn van twintig jaar is weliswaar een harde juridische grens, maar betekent niet altijd dat er geen mogelijkheden meer zijn.
Soms blijkt de verjaring nog te zijn gestuit of kan een gericht intern onderzoek bij de bank alsnog perspectief bieden. Ons advies is dan ook om vroegtijdig juridisch advies in te winnen. Een juiste benadering of een goed onderbouwd verzoek aan de bank kan het verschil maken tussen verlies van het banktegoed en een succesvolle uitbetaling. Gommer Advocaten helpt u hier dan ook graag bij.