Geplaatst op 13 januari 2026
Pensioen & Echtscheiding: recente voorbeelden uit de rechtspraak
Iedere twee weken publiceren we een artikel in onze serie Pensioen & Echtscheiding. De meest relevante onderwerpen over scheiden onder Boon / Van Loon en de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wet vps) zijn al de revue gepasseerd. In dit artikel bespreek ik een aantal voorbeelden uit de recente rechtspraak.
Te late melding bij uitvoerder, hoe verder?
In een uitspraak van Rechtbank Limburg ging het over een te late melding bij de pensioenuitvoerder. In de blog van 26 augustus 2025 schreven we al dat een scheiding binnen twee jaar bij de uitvoerder gemeld moet worden. Dan gaat de uitvoerder rechtstreeks aan de ex-partner uitkeren. In deze kwestie hadden partijen dit niet gedaan. Ze zijn in 2005 gescheiden. Ze hebben gekozen voor de standaardverdeling van de Wet vps. In 2017 bereikt de man de pensioengerechtigde leeftijd.
In 2018 neemt de vrouw contact met de uitvoerder op. In 2022 neemt de vrouw contact met de man op. Ze stuurt hem het mededelingsformulier toe. Hiermee wil ze de scheiding alsnog bij de uitvoerder van de man melden. In 2024 maakt ze concreet aanspraak op het pensioen, ook over het verleden. De man stelt dat ze bij zijn pensionering hebben gesproken over het afzien van haar rechten. Daarop heeft de vrouw niet meer gereageerd. Hij vindt dus dat hij recht heeft op het volledige pensioen. De vrouw claimt alsnog haar deel. Tijdens de mondelinge behandeling is contact opgenomen met de uitvoerder. Deze wil alsnog vanaf maart 2025 het pensioen verevenen. De vrouw claimt nu van de man het voorliggende stuk (vanaf 2017).
Rechtsverwerking
De man beroept zich op rechtsverwerking. Dit vanwege het gesprek ten tijde van zijn pensionering. De rechtbank volgt de man niet. De vrouw heeft niet aangegeven af te zien van verevening. Daarnaast is ook nog meermaals contact geweest over het pensioen. De vrouw heeft dus niet stilgezeten. De man mocht er niet vanuit gaan dat de vrouw afzag van verevening.
Financieel onvermogen
Verder stelt de man dat hij financieel niet in staat is alsnog het pensioen vanaf 2017 te verdelen. De rechtbank is van mening dat een verdeling in termijnen wél haalbaar is. Temeer nu de man wist dat het pensioen verdeeld moest worden. Dit staat immers in het convenant én partijen hadden er contact over.
Verjaring
Het beroep op verjaring redt de man wél deels. De rechtbank bestempelt de eerdere contactmomenten niet als stuitingshandelingen. Pas in januari 2024 heeft de vrouw expliciet aanspraak gemaakt op de verstreken uitkeringen. De man hoeft dus alleen de uitkeringen vanaf januari 2019 aan haar te betalen. Dit gaat nog altijd om een aanzienlijk bedrag. De rechtbank geeft partijen dan ook in overweging om te praten over een betalingsregeling.
Conclusie
Deze uitspraak laat de relevantie van tijdige melding zien. Doe je dit niet, dan kan jaren later alsnog discussie ontstaan. Dit ondanks duidelijke afspraken bij de scheiding. En naast discussie maakt ook het bruto/netto uitkeren de situatie complex. Zorg dus voor tijdige melding.
Duidelijke vastlegging pensioenafspraken
In de blogserie hebben we ook toegelicht dat de Wet vps een standaardverdeling voorschrijft. Hierin is en de periode en de omvang van de aanspraken geregeld. Partijen mogen echter afwijkende afspraken maken. Het is van belang om deze duidelijk vast te leggen. Een andere uitspraak van Rechtbank Limburg laat dit zien.
Wat speelde er?
Partijen hebben in hun huwelijkse voorwaarden de volgende afspraak opgenomen:
“Tussen de echtgenoten zal generlei vermogensrechtelijke gemeenschap bestaan. Ook de gemeenschap van winst en verlies en de gemeenschap van vruchten en inkomsten zijn uitdrukkelijk uitgesloten.”
Partijen scheiden in 2010. In het echtscheidingsconvenant is de volgende bepaling opgenomen:
“Artikel 4 PENSIOENRECHTEN
Het door de man opgebouwde pensioen tijdens het huwelijk zal tussen partijen worden verdeeld. De man doet afstand van het eventueel door de vrouw tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen. Partijen maken nog nadere afspraken ten aanzien van de verdere effectuering van de verdeling van het door de man opgebouwde pensioen.”
In 2016 gaat de man met prepensioen. Vanaf 2021 is het ouderdomspensioen ingegaan. Vanaf 2023 maakt de vrouw aanspraak op haar deel van het pensioen.
Tussenvonnis
De rechtbank heeft in een tussenvonnis geoordeeld dat de door partijen gemaakte afspraken als volgt uitgelegd moeten worden. Door artikel 4 in het convenant hebben partijen een van de Wet vps afwijkende afspraak gemaakt. De rechtbank is van mening dat met dit artikel alsnog een beperkte gemeenschap is ontstaan: het pensioen van de man. Dit pensioen is nog niet verdeeld. De vrouw heeft recht op de helft daarvan.
Eindvonnis
In de onderhavige uitspraak verzoekt de man de rechtbank hierop terug te komen. De rechter kan alleen in specifieke situaties terugkomen op een bindende eindbeslissing. Dit is het geval bij een foutieve juridische of feitelijke grondslag. Dat speelt hier niet. Het pensioen van de man moet dus nog steeds voor 50% verdeeld worden. Nu de man niet precies kan achterhalen hoeveel pensioen hij tijdens het huwelijk heeft opgebouwd, blijft de verdeling van de vrouw ook overeind.
Conclusie
Deze uitspraak laat nog eens zien hoe belangrijk het is om afwijkende afspraken duidelijk vast te leggen. Al blijft de vraag of met deze afspraak de Wet vps buiten spel is gezet. Hoe dan ook, de vrouw krijgt recht op 50% van het pensioen van de man. Terwijl dit volgens de man niet de bedoeling was.
Pensioen en echtscheiding blijft dus complexe materie, die de nodige aandacht verdient. Dit kan al bij aangaan van het huwelijk, maar moet in ieder geval op het moment van scheiding niet vergeten worden.
Laat u informeren over het financieel belang, de mogelijkheden en de valkuilen. Hierin staat Gommer Advocaten u graag bij. Lees ook onze whitepaper pensioen & echtscheiding voor meer informatie.