Geplaatst op 17 februari 2026
De ‘isolatie-uitzondering’ als reddingsboei voor een asbestsaneerder
Een recente uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, laat nog maar eens zien hoe een ogenschijnlijk kleine uitzondering in een verplichtstellingsbesluit een bedrijf letterlijk kan redden van een enorme financiële last. In deze zaak stond een asbestsaneringsbedrijf lijnrecht tegenover Bpf Bouw, O&O Fonds Bouw & Infra en het Aanvullingsfonds Bouw & Infra. De vordering van de fondsen: betaling van € 841.980,76 aan achterstallige premies vanaf januari 2007 tot en met heden.
De fondsen stelden dat de asbestsaneerder onder de werkingssfeer van de Bouwregelingen viel. Dit omdat asbestverwijdering expliciet als bouwactiviteit wordt aangemerkt. Hierdoor zou de asbestsaneerder over bijna 20 jaar premie verschuldigd zijn.
De isolatie-uitzondering
De asbestsaneerder deed een beroep op de zogenoemde isolatie-uitzondering in de verplichtstelling. Deze uitzondering hield in dat ondernemingen die asbest verwijderen als voorbehandeling ten behoeve van het aanbrengen, herstellen, bekleden, afwerken of onderhouden van isolerende materialen, niet onder de verplichtstelling van de Bouwregelingen vielen. Omdat de isolatie-uitzondering in 2016 uit de Bouwregelingen is geschrapt, ging het hier om de periode 2007-2016.
De fondsen stelden dat deze uitzondering alleen gold indien het verwijderde asbestmateriaal zelf óók isolerend was en vervolgens opnieuw isolatie werd aangebracht.
Hoe kijkt de kantonrechter hier tegenaan?
De cao-norm
In deze zaak hanteerde de rechtbank de cao-norm bij de uitleg van de Bouwregelingen. Deze norm houdt in dat bepalingen van een collectieve arbeidsovereenkomst of verplichtstellingsbesluiten objectief moeten worden uitgelegd, waarbij de bewoording van de regeling, gelezen in de context van de gehele CAO, leidend zijn. Op basis van deze benadering oordeelde de kantonrechter dat het voldoende is dat er een functioneel verband bestaat tussen de asbestverwijdering en de daaropvolgende werkzaamheden met isolatiemateriaal. Het verwijderde (asbest)materiaal hoeft zélf dus niet isolerend te zijn.
Het gevolg: vordering van bijna 10 jaar premie afgewezen!
De asbestsaneerder kon aantonen dat de asbestsanering in de periode 2007-2016 overwegend werd uitgevoerd als voorbehandeling voor isolerende werkzaamheden. Om die reden oordeelde de kantonrechter dat de isolatie-uitzondering van toepassing is. Als gevolg hiervan hoefde de asbestsaneerder over de periode 2007-2016 géén premie te betalen.
Overigens zal de asbestsaneerder voor de periode 2017-heden nog wel een aanzienlijke nota ontvangen. Dit omdat hij in deze periode wel onder de Bouwregelingen viel. De fondsen moeten van de rechtbank over deze periode nog herberekeningen maken.
Deze uitspraak benadrukt nog maar eens dat de cao-norm en een zorgvuldige uitleg van werkingssfeerbepalingen doorslaggevend kunnen zijn. Voor werkgevers in specifieke niches, zoals asbestsanering, kan een uitzondering als de isolatie-uitzondering letterlijk het verschil maken tussen wel/geen verplichte aansluiting.
Twijfelt u of u onder de werkingssfeer van een bedrijfstakpensioenfonds valt? Of zijn de werkzaamheden van uw bedrijf dusdanig gewijzigd dat daarover onzekerheid bestaat? Wacht dan niet te lang en laat zo spoedig mogelijk een werkingssfeeronderzoek uitvoeren. De advocaten van Gommer Advocaten helpen u hier graag bij.