Geplaatst op 17 september 2026
MITT: cao algemeen verbindend verklaard
De werkingssfeer van de branche MITT (Mode-, Interieur-, Tapijt- en Textielindustrie) staat al langer ter discussie. Eerder was zowel in de cao als in de verplichtstelling van het Bpf MITT géén sprake van een hoofdzakelijkheidscriterium. Dit betekent veel discussies over bedrijven die in ondergeschikte mate een MITT activiteit verrichten. Is dan sprake van een verplichte aansluiting bij het pensioenfonds? En moet de cao dan gevolgd worden?
Cao
Al enige tijd geleden is om die reden de werkingssfeer van de cao aangepast, in die zin dat sprake is van een minimale ondergrens van 20%.
Bpf MITT
Over de verplichtstelling van Bpf MITT is van deze ondergrens (nog) geen sprake. Dit ondanks dat normaliter werkingssferen in cao’s en van pensioenfonds (nagenoeg) gelijkluidend zijn. Daarnaast ging de rechtspraak diverse kanten op. Er werd geoordeeld dat iedere omvang, hoe gering ook, tot een aansluitingsverplichting leidt. Ook werd geoordeeld dat ondanks het ontbreken van een hoofdzakelijkheidscriterium toch sprake moet zijn van een minimumgrens. Dit echter, zonder duiding te geven wat die minimumgrens dan is. Onzekerheid ten top dus voor ondernemingen die slechts deels in deze branche werkzaam zijn.
Op 22 mei 2026 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de werkingssfeer van Bpf MITT. De Hoge Raad oordeelt dat werkingssfeerbepalingen in zijn algemeenheid op grond van de cao-norm altijd een kwantitatieve ondergrens hebben. Dat is ook het geval als een verplichtstellingsbesluit daar niet expliciet in voorziet. Werkingssfeerbepalingen moeten dus objectief worden uitgelegd. De tekst van de bepaling, gelezen in de context van de gehele regeling, is daarbij in beginsel doorslaggevend.
Ook als een verplichtstellingsbesluit niet expliciet een hoofdzakelijkheidscriterium stelt aan de omvang van de activiteiten, kan de verplichtstelling met toepassing van de cao-norm toch zo worden uitgelegd dat er een zekere ondergrens geldt. Daar is in dit geval reden voor, vanwege de onaannemelijkheid van de rechtsgevolgen van een uitleg waarbij helemaal geen ondergrens zou bestaan. Zonder zo’n grens zouden ook ondernemingen die vrijwel alleen activiteiten buiten de betreffende bedrijfstak verrichten, toch onder het verplichtstellingsbesluit vallen. De vraag hoe die ondergrens concreet moet worden vastgesteld, blijft echter door dit arrest vooralsnog nog onbeantwoord
De Hoge Raad legt een verplichtstellingsbesluit dus als volgt uit. Een onderneming is geen werkgever in de zin van het besluit als zij, in verhouding tot haar totale activiteiten, omzet, loonsom en/of arbeidsuren, slechts op verwaarloosbare schaal activiteiten verricht zoals genoemd in het verplichtstellingsbesluit. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden moet nu beoordelen of hiervan in casu sprake is. Het is dus afwachten op dit arrest. Werkgevers weten dus nog altijd niet waar ze aan toe zijn.
Cao een vervolg
De nieuwste ontwikkeling in deze discussie is dat op 10 september 2026 de cao MITT algemeen verbindend is verklaard voor de periode 1 september 2025 – 31 oktober 2026. Hierdoor geldt deze cao automatisch voor alle werkgevers en werknemers binnen deze branche. Dit ongeacht of de werkgever en/of werknemer is aangesloten bij een werkgevers- en/of werknemersorganisatie. In de cao is een ondergrens van 20% opgenomen.
Conclusie
Kortom, Bpf MITT stelde zich tot het arrest van de Hoge Raad op het standpunt dat iedere onderneming die in welke mate dan ook MITT-activiteiten verricht, moet aansluiten. Het arrest van de Hoge Raad steekt hier een stokje voor, maar de ondergrens is nog niet uitgekristalliseerd en wordt wellicht ook casuïstisch. Dus voor veel ondernemingen nog altijd onzekerheid. De cao MITT stelt een ondergrens van 20% én is momenteel algemeen verbindend verklaard. Werkgevers die dus meer dan 20% MITT-activiteiten verrichten moeten in ieder geval tot 31 oktober 2026 de cao toepassen én verplicht aansluiten bij Bpf MITT. Ondernemingen met een lager percentage aan MITT-activiteiten hoeven de cao niet toe te passen, maar moeten wellicht wél aansluiten bij Bpf MITT.
Onzekerheid en onduidelijkheid ten top dus! Ondanks het nog te verwachten arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, lijkt afstemming van de werkingssferen de aangewezen weg om dit weg te nemen.
Deze onzekerheid en onduidelijkheid laat in ieder geval zien hoe belangrijk het is om periodiek een werkingssfeeronderzoek te verrichten als onderneming. Gommer Advocaten voert een dergelijk onderzoek graag voor u uit!