Geplaatst op 22 mei 2026
De molensteen van onbetaalde pensioenpremies
De rechtbank Gelderland wees op 28 januari 2026 een interessant vonnis over bestuurdersaansprakelijkheid in het kader van een faillissement. In deze procedure verzocht de curator de rechtbank om de bestuurder van de failliete onderneming persoonlijk aansprakelijk te houden voor het faillissementstekort. Op de achtergrond speelt echter een onderwerp dat wij in onze serie Pensioen & Verplichtstelling uitgebreider zullen behandelen: bestuurdersaansprakelijkheid wegens onbetaalde pensioenpremies.
Het vonnis laat namelijk goed zien dat achterstallige pensioenpremies een belangrijke rol kunnen spelen bij de beoordeling of sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
Wat speelde er?
In de onderhavige zaak verkeerde de onderneming al geruime tijd in financiële problemen. De curator stelde dat de bestuurder geen deugdelijke administratie voerde, jaarrekening niet tijdig deponeerde en dat contante betalingen buiten de administratie waren gehouden. Daarnaast was er onduidelijkheid over de rekening-courantverhoudingen binnen de groep van vennootschappen van de betrokken ondernemer.
De rechtbank volgde de curator en stelde vast dat de ondernemer de administratie- en de publicatieplicht had geschonden. Dat leidde tot het wettelijke vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
Een belangrijk detail daarbij is dat niet alleen de rechtspersoon-bestuurder aansprakelijk werd gehouden, maar ook de natuurlijke persoon achter deze rechtspersoon-bestuurder. De rechtbank paste daarbij artikel 2:11 BW toe, waardoor de aansprakelijkheid van de rechtspersoon-bestuurder werd “doorgeschakeld” naar de feitelijke bestuurder daarachter. Zowel de holding als de natuurlijke bestuurder werden daardoor hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor het gehele faillissementstekort.
Onbetaalde pensioenpremies als alarmsignaal voor onbehoorlijk bestuur
In de onderhavige zaak speelde ook mee dat het bedrijfstakpensioenfonds uiteindelijk het faillissement had aangevraagd. Dat aspect kreeg in het vonnis nadrukkelijk aandacht. Volgens de rechtbank ondersteunde het oplopen van de premieachterstanden juist het standpunt van de curator dat de bestuurder onvoldoende zicht had op de financiële verplichtingen van de onderneming en dat dit uiteindelijk de oorzaak is geweest van het faillissement. Van een deugdelijke (financiële) administratie was volgens de rechtbank dan ook geen sprake.
Dat maakt dit vonnis interessant. De rechtbank baseert de bestuurdersaansprakelijkheid niet rechtstreeks op de onbetaalde pensioenpremies, maar gebruikt de opgelopen achterstanden wél bij de inkleuring van het begrip kennelijk onbehoorlijk bestuur.
Waarom deze uitspraak relevant is voor bestuurders
In dit vonnis ligt een belangrijke les besloten voor bestuurders. Pensioenpremies worden in de praktijk, zeker wanneer een onderneming in zwaar weer verkeert, regelmatig naar achteren geschoven. Vaak gebeurt dat met de gedachte dat deze schulden later alsnog kunnen worden ingelopen. Dit vonnis laat echter zien dat premieachterstanden juist tegen bestuurders kunnen gaan werken, met name in een faillissementssituatie.
Opmaat naar onze serie Pensioen & Verplichtstelling
Dit vonnis vormt daarmee een interessante opmaat naar het volgende onderdeel van onze blogserie Pensioen & Verplichtstelling. Daarin staan wij uitgebreid stil bij bestuurdersaansprakelijkheid tegenover bedrijfstakpensioenfondsen.
Anders dan veel bestuurders aanvankelijk denken, beschikken bedrijfstakpensioenfondsen namelijk over vergaande wettelijke mogelijkheden om bestuurders hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor onbetaalde pensioenpremies.
Wilt u hierover meer lezen en niets missen? Abonneer u dan op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van onze nieuwe artikelen. Daarnaast delen wij met enige regelmaat praktische whitepapers, juridische analyses en relevante rechtspraak voor collega-advocaten, bestuurders, werknemers, accountants, adviseurs en ondernemingsraden aangesloten bij ons freemium Gommer Advocaten Netwerk.