Nieuwsbrief Lid worden

Geplaatst op 31 maart 2026

Uitleg van een verplichtstellingsbesluit; prejudiciële vragen verplicht?

In een recente uitspraak van Rechtbank Den Haag staat de vraag centraal of de Hoge Raad verplicht kan worden prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EU? De rechtbank is van mening dat dit niet het geval is. Wat was er aan de hand?

Domino’s Pizza en Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Detailhandel (Bpf Detailhandel)

Al eerder schreven wij over de procedure die tussen een aantal franchisenemers van Domino’s Pizza en Bpf Detailhandel. De conclusie van deze procedure was dat de franchisenemers onder het pensioenfonds vallen. Er is sprake van het kopen en het aan particulieren verkopen van waren. Dat de waren (pizza’s) niet dezelfde onbewerkte waren zijn als ingekocht, was volgens het gerechtshof niet relevant. Het loonbedrag voor de detailhandel (het verkopen van pizza’s) was hoger dan het loonbedrag voor de bereiding en bezorging hiervan. Daarbij kwam dat voor de betrokken werknemers geen ander pensioenfonds van toepassing was. Een mogelijke escape die Bpf Detailhandel biedt. De Hoge Raad heeft deze visie gevolgd.

Domino’s Pizza en de Staat der Nederlanden

In de onderhavige uitspraak heeft een van de franchisenemers de Staat der Nederlanden (de Staat) in rechte betrokken. De franchisenemer is van mening dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld. Volgens eiser had de Hoge Raad prejudiciële vragen moeten stellen aan het Hof van Justitie. Deze vragen hadden moeten gaan over de verenigbaarheid van het Verplichtstellingbesluit (van Bpf Detailhandel) met het Unierechtelijk rechtszekerheidsbeginsel. Daarnaast heeft de Hoge Raad volgens eiser door haar 81 RO-arrest in strijd met het Handvest en het EVRM gehandeld. De Hoge Raad had moeten motiveren waarom ze geen prejudiciële vragen heeft voorgelegd.

Rechtbank

De rechtbank maakt korte metten met dit standpunt. Volgens de rechtbank heeft de uitleg van een Verplichtstellingbesluit (valt een bereide pizza onder het begrip “waren”) niets met Unierecht te maken. In de procedures is geen beroep gedaan op Unierecht. De Hoge Raad is niet verzocht om prejudiciële vragen te stellen. Ook de A-G ging niet op het Unierecht in. De Hoge Raad hoeft niet ambtshalve te toetsen. Laat staan dat ze moet motiveren waarom ze geen prejudiciële vragen stelt. Er is dus geen sprake van onrechtmatige rechtspraak.

De rechtbank overweegt nog wel ten overvloede dat de pijn voor de franchisenemer niet zozeer in de aansluiting sec lijkt te zitten. De pijn zit in de aansluiting met terugwerkende kracht (in sommige gevallen meer dan 25 jaar). Daarvoor moeten de franchisenemers in overleg met het pensioenfonds treden.

Kortom

De uitleg van een verplichtstellingbesluit valt niet onder het Unierecht. De Hoge Raad kan dus niet gehouden worden om hierover prejudiciële vragen te stellen. Opvallend is wel dat de rechtbank bij haar overweging ten overvloede niet verwijst naar het Booking-arrest. Hierin is de terugwerkende kracht in principe op vijf jaar gesteld.

Een periodiek onderzoek naar een mogelijke verplichte aansluiting bij een pensioenfonds is van groot belang. Op die manier kunt u een discussie over een aansluiting met terugwerkende kracht voorkomen. Daar valt meer winst mee te behalen dan het achteraf aanspreken van de Staat der Nederlanden. Wijzigen de bedrijfsactiviteiten of meldt een pensioenfonds zich? Gommer Advocaten kijkt graag met u mee. Een eerste stap is al de infographic BPF-check. Deze downloadt u hier.

Contact

Neem contact met ons op

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
*
*
*
*